Vandaag, op 1 september, zou onze mooie Félice 8 jaar zijn geworden. Acht. Als ik haar zusje Iselle van 7 zie, bedenk ik me dat Félice nu de leeftijd van slungelige benen, losse voortanden, vriendinnenboekjes, hockeywedstrijden en later naar bed gaan fases had bereikt.

Ze had al weken moeten uitkijken naar haar verjaardag. Lange verlanglijstjes met misschien ook wel paarden, een duikelstang… of misschien was ze ook blij geweest met de konijntjes die haar broertjes en zusje kregen.

Maar het blijft stil vandaag. We hangen een slinger op, branden een kaarsje, eten een taartje en gaan naar haar graf. Een plekje dat nog altijd onwerkelijk voelt als ik mijn gedachten de vrije loop laat, en tegelijkertijd zo vertrouwd is geworden. De vrolijke gouden letters die haar naam vertellen op de mooie groene steen, de gekleurde hartjes die Boet elke keer weer netjes neerlegt, de kaboutertjes die symbool staan voor haar zusje en broertjes, en alle andere bosdiertjes die we bij haar hebben gebracht de afgelopen jaren.

We missen haar. Elke dag. Niet altijd op een manier die zichtbaar is, maar voor ons is ze de rode draad in onze dag, in onze liefde voor haar en voor ons gezin. De rouw is veranderd. Het gaat niet meer alleen om het meisje dat we in onze armen hielden, haar geur die we roken en die ik me zo lang kon herinneren, maar om het leven zonder haar. De toekomst die we zijn kwijtgeraakt. Het meisje dat we hadden willen zien opgroeien, samen met ons.

Met drie kinderen die volop in het leven staan, lijkt ons gezin op dat van ieder ander. Er is veel drukte, liefde, gelach, gedoe, verhalen uit school, schoenen in de gang, lekkende bekers en ‘geen zin’. Maar bij ons brandt het kaarsje iets vaker en praten we net iets vaker over de dood. We gaan soms even langs de begraafplaats, terwijl anderen onderweg zijn naar de speeltuin.

Félice betekent ‘gelukkig’. En dat is precies wat ze ons heeft gebracht. Dat herhaal ik ieder jaar. In die paar dagen dat ze bij ons was, voelden we alles: zoveel liefde, zoveel geluk, zoveel trots, zoveel dankbaarheid. Ik zou er alles voor over hebben om die dagen nog eens te mogen beleven.

Acht jaar geleden begonnen we Stichting Félice, uit liefde voor haar. Begin 2024 gaven we die naam terug aan ons gezin, toen we verder gingen onder de naam Verbonden Stilte. Dat voelde goed. En toch merkte ik hoe ik haar naam ineens minder vaak uitsprak. Dat was wennen.

Na acht jaar begrijpen alle drie onze kinderen dat hun zusje dood is. Ze missen haar op hun eigen manier. Iselle stelt vragen, zoekt naar antwoorden en voelt soms een onrust die ik haar graag had willen besparen: “Wat is de dood dan? Kan ik ook doodgaan? Hoezo kan je zomaar doodgaan? Kan jij ook doodgaan? En wat gebeurt er als ik doodga?” We praten. We stellen gerust. We maken het niet groter dan nodig, maar ook niet kleiner. Soms dwalen we af naar mooie dingen, en komen terug op het gesprek wanneer dat nodig is.

Ik merk dat ik niet meer automatisch zeg dat ik vier kinderen heb. Niet omdat ik me geen moeder van Félice voel maar omdat haar noemen altijd uitleg vraagt. En dan gaat het ineens niet meer over de drie kinderen die er wel zijn, maar over het meisje dat er niet is. En hoe vol liefde en trots ik ook ben op Félice, wil ik aandacht voor drie voor de drie kindjes die hier zijn.

Ook dit jaar voelt het verdriet stiller. Intiemer. Dat doet niets af aan hoe gelukkig wij zijn en hoe dankbaar we zijn voor wat er wel is. Ik geniet zo van het mogen zien opgroeien van Iselle, Boet en Roef. Ik lach om hun verhalen, (eigen)wijsheden, fratsen en ontdekkingen. Ik geniet van hun aanwezigheid.

Tegelijkertijd maken al deze mooie dingen vaak duidelijk wat ik nog meer mis. Wat ik met Félice nooit zal meemaken. Dat gevoel is er niet altijd, maar het komt in fases. En zeker in de periode rondom haar verjaardag en overlijden is het sterker aanwezig. En toch is dat gemis ook liefde. Het houdt me dicht bij haar.

Lieve Félice, vandaag vieren we jou een beetje meer dan alle andere dagen in het jaar. We houden van jou, tot aan de maan en terug.

Mama