Nadat Sophie en ik ruim elf jaar bij elkaar waren en inmiddels ook getrouwd waren, was het tijd voor de volgende stap. Wij wilden samen een kindje. Op een avond, toen Sophie opeens dacht dat ze misschien wel zwanger was, besloten we dat een test een goed idee was. Helaas bleek deze negatief. Heel zuur natuurlijk, maar aangezien we het besluit nog maar net hadden genomen, ook niet zo gek. Het weekend ging voorbij en toch bleef het gevoel aanwezig. Op maandagavond was Sophie opeens even weg. Toen ze terugkwam van de wc was ze een beetje stil en had ze iets in haar hand. Het was een zwangerschapstest met twee streepjes. We konden ons geluk niet op, maar waren ook nog een beetje perplex. We konden het niet geloven, maar hadden geen extra tests meer liggen, dus zijn we ’s avonds om 21.00 uur naar de Albert Heijn gereden om van alle tests nog eentje te kopen. Nadat er nog vier gedaan waren en ze allemaal positief waren, begonnen we het toch echt te geloven.

Het daaropvolgende traject ging redelijk soepel en alle echo’s en onderzoeken waren telkens goed. Wij zagen ons kindje per echo groeien. Met zestien weken wisten we dat het een meisje werd. Daarna hadden we vrij snel een naam die we allebei mooi vonden. Dit hebben we bijna de rest van de zwangerschap volgehouden. Haar naam zou Sara worden. Toch bleef er bij ons allebei iets knagen. Naarmate de uitgerekende datum, 15 september, dichterbij kwam, bespraken we toch ook vaker de naam Noor.

Toen 15 september voorbij was en er nog niets gebeurd was, werd ik toch wel ongeduldig. Op 20 september had Sophie last van haar rug. In de avond hoopte ze nog een massage te kunnen boeken voor de volgende dag, maar helaas, dat lukte niet. Om een uur of 1.00 werd ik wakker van Sophie. Het leek er toch echt op dat de weeën begonnen waren. Om 5.00 uur was de verloskundige er even. Zij gaf aan dat er pas drie centimeter ontsluiting was en dat het nog wel even kon duren. Ze zou om 9.00 uur weer langskomen. Na een heftige en pijnlijke nacht voor Sophie dacht ik bij het eerste licht dat het toch slim was om onze hond nog even snel een rondje uit te laten. Hierna zou ik er vast geen tijd meer voor hebben, dacht ik nog. Bij dat eerste licht stond ik even stil en dacht ik: haar naam zal Noor Sara worden. Toen ik terugkwam zei ik dit tegen Sophie en die was het er volledig mee eens.

Hierna ging alles erg snel. Sophie kreeg plotseling persweeën en haar vliezen braken. Het vruchtwater was bruin en door de zwangerschapscursus wist ik dat dit door meconium kon komen. Niet per se iets ernstigs, maar zeker het melden waard. Dus meteen de verloskundige gebeld. Die was er een kwartier later, om 8.30 uur. Sophie had na controle tien centimeter ontsluiting, dus het persen mocht beginnen. Voor de zekerheid werd de ambulance rustig aangeroepen vanwege het vuile vruchtwater. Toen de verloskundige nogmaals ging luisteren naar het hartje van Noor, was het erg zwak. Shit. Nu moest de ambulance met spoed komen en alles klaargemaakt worden om vanaf ons appartement naar het ziekenhuis te gaan.

Sophie is tussen de weeën door de trap afgesprint, zelfs de ambulancebroeders keken even vol verbazing naar elkaar. Ik moest helaas met onze eigen auto naar het ziekenhuis. Ik kan je zeggen: dat is op zo’n moment geen goed idee. Ik heb wat bermen meegepakt en misschien ook wat stoplichten verkeerd geïnterpreteerd. In het ziekenhuis aangekomen stond er iemand mij op te wachten. Zij nam de ziekenhuistas en mijn jas aan en vertelde dat ik niet moest schrikken, maar dat er nogal wat mensen op de kamer stonden. Dit was omdat er zorg nodig was voor onze dochter, maar ook voor Sophie.

Op het moment dat ik binnenkwam, zei de gynaecoloog dat het bij de eerstvolgende perswee moest gebeuren. Dus bij die wee kwam onze dochter, met een beetje hulp van een tang, op 21 september 2023 ter wereld. Noor (betekenis: lichtbrenger) was nu echt geboren. Zij heeft misschien vijf seconden bij Sophie gelegen toen de paniek uitbrak. Noor had geen ademhaling. Zij werd op een eigen bedje gelegd en apparatuur om de ademhaling op gang te brengen werd aangesloten. Hierna viel ook haar hartje stil en moest er hartmassage gedaan worden. Dit beeld zal ik de rest van mijn leven op mijn netvlies hebben. Een kindje van net 3000 gram waarvan de borst wordt ingedrukt, is niet iets wat je ooit wilt zien. Ze werd geïntubeerd en hier kwam weinig reactie op. Na de eerste hectiek leek ze wat gestabiliseerd. Er werd verteld dat Noor van Amersfoort naar Utrecht moest om naar de NICU te gaan. We moesten wachten op een ambulance vanuit Utrecht met alle materialen. Tijdens het wachten heb ik alle ouders gebeld met een samenvatting. Hierna kwam een kinderarts naar mij toe in de hal om toch haar zorgen uit te spreken. Noor had weinig reactie gegeven op een aantal prikkels die voor haar erg vervelend hadden moeten zijn. Dit wees volgens haar op hersenschade en ze wilde mij voorbereiden op het ergste. Toen ik in huilen uitbarstte en tussen de snikken door zei dat ik geen idee had hoe ik dit aan Sophie moest vertellen, zei ze dat we samen naar Sophie zouden gaan.

Inmiddels was het 12.00 uur en was Noor helemaal klaar om naar Utrecht vervoerd te worden. Mijn schoonouders waren inmiddels op ons verzoek gekomen. Zo kon ik met mijn schoonvader achter Noor aan en kon Sophie, zodra ze zover was, met haar moeder later komen.
In Utrecht aangekomen is Noor met een speciale techniek langzaam naar 33 graden gekoeld. Toen ik er net was, heb ik één keer heel kort haar ogen open gezien, dit is ook de enige keer dat ze dit heeft gedaan.

Sophie en ik mochten dankzij een hele lieve verpleegkundige vier dagen in een kamer in het ziekenhuis verblijven. Hier kwam de eerste avond een arts de situatie bespreken. Ze maakten zich heel veel zorgen, maar zouden er alles aan doen om er voor Noor te zijn. Ze moest drie volle dagen op 33 graden blijven en hierna zouden ze haar in 24 uur weer opwarmen naar de juiste temperatuur om vervolgens een MRI te kunnen doen. Daarna konden ze zien welke schade er was.

In de eerste nacht hebben Sophie en ik ontzettend diep geslapen. Er was zoveel gebeurd en we waren volledig afgedraaid. Wel ben ik één keer naar Noor gerend met een paar druppels moedermelk. Dankzij kolven kwam bij Sophie haar melkproductie op gang. Wij waren op dat moment nog volledig overtuigd dat Noor uiteindelijk met ons mee naar huis zou gaan. Niets is zo goed als moedermelk, dus ik wilde dat Noor dit zo snel mogelijk kreeg. Dit gebeurde ook via haar sonde. De volgende dag zagen we op haar ademhalingsmachine dat Noor soms zelf een ademhaling initieerde. Dit gaf ons hoop. Onze lieve, sterke dochter probeerde zelf te ademen. Telkens als wij praatten, was er reactie. Helaas waren er ook epileptische aanvallen tussendoor waardoor haar medicatie omhoog moest. Telkens als dit gebeurde werd ons verteld: “Houd er rekening mee, nu zal je geen eigen ademhaling meer zien.” Maar elke keer was er toch eigen ademhaling.
We zijn zo veel mogelijk bij Noor geweest. Alleen voor eten en slapen was ik weg. Sophie was natuurlijk net bevallen en moest vaker rusten. Dan ging ik naar Noor en stelde ik familie en vrienden op de hoogte met updates.

Op de derde dag waren de waarden van haar organen steeds beter en kon de hoeveelheid zuurstof ook naar beneden. Dit gaf ons natuurlijk hoop, ondanks dat de artsen ons bleven vertellen dat het allemaal nog steeds erg zorgelijk was en we echt de MRI moesten afwachten.
Na drie dagen begonnen ze met het verhogen van de temperatuur. Dit moet heel langzaam gebeuren. Halverwege het opwarmen moesten we verhuizen naar het Ronald McDonald Huis aan de overkant van de weg. Dit was ontzettend moeilijk, want je gaat verder weg van je dochter in nood.

In de nacht begonnen de epileptische aanvallen heftiger te worden en in de ochtend was de MRI ingepland. We zijn met Noor meegelopen tot aan de kamer van het onderzoek en daarna begon het wachten. Ik denk niet dat ik ooit zo zenuwachtig ben geweest als toen. Er zullen heel wat mensen raar naar mij hebben gekeken toen ik buiten stond te springen om mijn energie kwijt te raken.
Eind van de middag was het gesprek met de artsen. Ze moesten ons vertellen dat Noor niet zou overleven zonder alle hulpmiddelen en dat dit geen leven was. Om het anders te verwoorden: ze zouden gaan stoppen met de behandeling en er was niets dat wij konden zeggen dat dit zou veranderen. Sophie wilde het niet geloven en stelde allerlei vragen. Het enige wat ik wilde, was weg hier. Weg van de artsen en naar onze dochter. We zijn naar Noor gegaan en hebben een hele tijd tegen haar zitten praten. Toen hebben we besloten dat ik onze ouders en broers en zussen zou bellen. Mijn vader en zus waren al in het ziekenhuis en toen ze bij mij aankwamen hebben ze mij overeind moeten houden, omdat het enige wat ik wilde was dat ik in een hoekje ging liggen huilen.

Eigenlijk zou de volgende ochtend de behandeling van Noor stoppen, maar na overleg met de verpleegkundigen, artsen en ons hebben we nog een volledige dag en nacht extra met Noor gehad. We hadden een eigen kamer op de NICU, dus konden echt samen zijn en toch een soort van Noor leren kennen. Sophie en ik hebben tegen elkaar gezegd dat het verdriet later komt en dat we zouden genieten van alles wat we met Noor hadden. Dit is ook volledig gelukt. Die laatste dag met Noor voelt niet verdrietig, maar als iets heel moois. Ik heb bij mijn eerste dochter mogen zijn en daar heb ik met volle teugen van genoten.

Op de ochtend van 27 september is Noor haar behandeling stopgezet. Haar intubatie werd verwijderd en wij konden Noor in haar volle schoonheid aanschouwen. Hierna heeft ze nog anderhalf uur geleefd en is vervolgens vredig op de borst van mama gestorven.

En dan? Ja, wat moet je dan?
Dan moet je opeens een uitvaart gaan regelen voor je kindje. Dan hoor je opeens bij een groep mensen die hun kind hebben overleefd. Iets wat ontzettend onnatuurlijk voelt. We hebben gelukkig een hele fijne uitvaartondernemer gehad die ons stap voor stap erdoorheen hielp.
We hebben Noor haar uitvaart volledig naar onze wens kunnen vormgeven. Om vervolgens in een gat te vallen. Er is een gemis in je leven dat nooit meer gevuld wordt.

De weken na de begrafenis kan ik me niet heel goed herinneren. Ik weet dat ze heel donker voelden, dat we geen mensen in de buurt wilden tegenkomen uit angst voor vragen en dat we vooral samen wilden zijn. En dat samen zijn is precies wat Sophie en mij heeft geholpen. We gingen samen door dit verdriet, we praatten samen vol liefde over Noor en we kregen langzaam weer een beetje licht aan de horizon. En dan de volgende dag is het opeens weer donker. Zo werkt rouw.

Ik kan zeggen dat het mij ook zeker dingen heeft gebracht. Ik heb geleerd om mijn gevoel veel meer te laten spreken en onze naasten zijn nog dichterbij gekomen.

We hebben van voor ons onbekende mensen een brief gekregen omdat zij ons verhaal hadden gehoord. Zij hadden jaren geleden ook kinderen verloren. In de brief stond van alles, maar wat is bijgebleven en wat we tot op de dag van vandaag bij ons dragen: “Noem de naam van je kindje, zo blijft ze voor altijd bij je.” En dus gaat er geen dag voorbij dat Noor niet genoemd wordt.

Inmiddels mogen wij ons ouders noemen van twee prachtige dochters. Onze tweede dochter heet Zoë (betekenis: leven) en zij zal opgroeien met een kleine grote zus.

Noor, ik hou van je!

Liefs, papa