Op 15 maart 2022 – met de wintersport blush nog op mijn wangen – wandel ik met een positieve zwangerschapstest de slaapkamer in. ‘We hebben een sneeuwbaby gemaakt,’ gil ik naar Tim. Mijn handen trillen en mijn hart bonst als een razende door mijn borstkas. We kijken samen naar het streepje en in tegenstelling tot de test van een half jaar geleden knalt dit streepje van het venster af. Dan móet het wel goed zitten.

Helaas hebben we een half jaar geleden na een zwangerschap van krap 6 weken een miskraam gehad. En hoewel ik heel stoer zei dat ik dat wel verwerkt had, voel ik de angst in mijn buik.

Gelukkig mogen we al snel een afspraak maken bij de verloskundige voor een eerste echo. Ik ben op dat moment precies zes weken zwanger. Na een heel klein ‘praatje pot’ voelt de verloskundige gelukkig goed aan dat ik maar één ding wil. Gel op mijn buik en een prachtig minimensje in beeld. Met een kloppend hartje graag! En dat lukt. Vol ongeloof turen we naar het scherm en zien we een heel klein wormpje met een knipperlichthartje. Echt waar, het allermooiste wormpje!

We krijgen huiswerk mee en mogen na gaan denken over de 13 weken echo en de NIPT test. Maar eerst gaan we naar huis, halen we onze dochter uit school en vertellen we haar dat haar (en onze) grootste droom eindelijk in vervulling gaat. Met haar zeven jaar, wordt ze eindelijk grote zus! En vanaf dat moment bestaat haar broertje of zusje al. Haar vriendinnen, de juffen op school, opa’s en oma’s. Eigenlijk iedereen die het wil horen, weet het nu. En ze straalt.

Ik merk zelf dat ik vrij onrustig aan deze zwangerschap begin. Ik kan het haast niet geloven en ik word onzeker van alles. ‘Groeit mijn buik wel? Ben ik nog wel misselijk? Waarom doen mijn borsten opeens geen pijn meer?’ En als ik dan ook vanaf een week of zeven bloed begin te verliezen, slaat de paniek toe. Direct bel ik de verloskundige en gezien mijn eerdere miskraam mag ik gelijk langskomen. Tot ons grote geluk heeft ons wormpje al piepkleine armpjes en beentjes en is er niets, maar dan ook niets om mij zorgen over te maken. Deze baby gaat er komen!

En als ik dan ook positief nieuws ontvang over de NIPT test, dan voelt de 13 weken echo eigenlijk als een stip op te horizon om naar uit te kijken. Helaas kan deze echo, vanwege drukte pas met 14 weken plaatsvinden, maar dan zien we hopelijk een volledig gezond kindje. ‘Wie weet kunnen we stiekem vragen of het geslacht van ons kindje al te zien is,’ zeg ik ‘s middags opgewonden.

Hoewel het bloeden blijft aanhouden en ik zo nu en dan flink schrik van de buikpijn, probeer ik me vast te houden aan de kleine fijne momentjes. Ik hou veel rust, omdat ik hoop dat dat beter is. En vanaf week 12 voel ik het bekende gefladder in mijn buik. Nu al! Het is nog heel voorzichtig, maar ik voel het echt. En vanaf dat moment komt er een oergevoel in mij naar boven. Ik ga vechten voor dit kleintje. Al moet ik weken lang plat en zit ik iedere dag bij de verloskundige. Jij bent het waard!

Op maandag 16 mei start mijn dochter met de mini-vierdaagse. Ik realiseer me dat vier dagen vijf kilometer wandelen, misschien niet goed is. Maar ik kan me niet indenken dat een kleine wandeling van anderhalve kilometer kwaad zou kunnen. Dus ik besluit een stukje mee te wandelen en dan terug naar huis te gaan. Het is prachtig weer en in mijn zomerjurkje spiekt er een voorzichtig buikje naar voren. Ik ben trots, onze dochter is trots. Ik heb het gevoel dat iedereen het kan zien. Wij worden een gezinnetje van vier.

Die avond kruip ik vroeg in bed. Sinds het avondeten begint mijn buikpijn weer wat toe te nemen. Vooral een zeurderige pijn in mijn liezen, en mijn buik die soms aanvoelt als een hete bal. Het is waarschijnlijk toch teveel geweest. In bed merk ik dat de pijn niet zakt. Het wordt erger. Ik weet het zeker, maar ik durf het niet toe te geven. Om de zoveel minuten, met enige regelmaat wordt mijn buik pijnlijk hard. Het voelt bekend, maar ik doe er alles aan om die gedachte weg te duwen. Ik lig ruim 3 uur te woelen en merk dat ik tijdens de krampen wil bewegen in bed. Ik besluit naar beneden te gaan en ik neem een paracetamol in. Tim vraagt of hij iets kan doen, maar ik durf hem niet te vertellen dat ik denk weeën te hebben. We kijken samen wat tv en ik merk dat mijn buik rustiger wordt van de paracetamol. Eenmaal terug in bed lukt het me zelfs een paar uur te slapen.

Tot ik ‘s morgens uit te douche stap en de pijn weer in alle hevigheid terug is. Tim brengt onze dochter naar school en onderweg belt hij de verloskundige. We mogen gelukkig gelijk langskomen.

Op de echo is een springlevend minimensje te zien, mijn baarmoeder oogt rustig dus vermoedelijk zijn het toch mijn banden. Mijn buik groeit snel momenteel, dus het zou kunnen. Helemaal gerust ben ik er niet op, maar gelukkig lijkt ons kindje er geen last van te hebben.

Eenmaal thuis duik ik op de bank. De spanning vreet me van binnen op. Ik ben pas 13 weken en 5 dagen op weg. Soms spookt het door mijn hoofd hoe ik dit vol ga houden? Wanneer komt het vertrouwen? Wanneer durf ik weer te vertrouwen? En als ik dan de volgende ochtend opgerold op de bank lig te kermen van de pijn, weet ik dat het genoeg is. Krap een uur later sta ik puffend aan het bureau bij de verloskundige. Ik mag urine afgeven bij de huisarts, wachten op de uitslag en als er geen sprake is van een blaasontsteking direct door naar het ziekenhuis. Binnen een uur nemen we plaats in de wachtkamer van een overvol ziekenhuis. En is het wachten. Heel lang wachten…

Ik probeer het zittend. Liggend op de stoelen in de wachtkamer. Wandelend over de gangen. Op het toilet verlies ik nog steeds helderrood bloed, maar vooral de sporen slijm op het maandverband baren me zorgen. Grote zorgen.

Na bijna twee uur worden we eindelijk binnen geroepen. Ik krijg een uitwendige en een inwendige echo. Met ons kindje is niets aan de hand. ‘Als mijn vliezen straks breken, heb ik niets aan een gezond kindje,’ schreeuw ik bijna uit. Om me gerust te stellen wordt er gekeken naar mijn baarmoedermond en naar de vliezen. Alles in tact en potdicht. Ik heb wel lichte koorts en mijn urine is toch niet helemaal schoon dus voor de zekerheid krijg ik een antibiotica kuur mee voor de komende week en op advies paracetamol voor de pijn.

In een rolstoel verlaten we het ziekenhuis, niet wetende dat we hier binnen vierentwintig uur weer terug zouden keren. Met loeiende sirenes…

Het is donderdag 19 mei 2022. We hebben een onrustige nacht gehad. Ik heb geen oog dicht gedaan. Ik luisterde naar onweer buiten en genoot van het voorzichtige getrappel in mijn buik. Je bent er nog! Vandaag hebben we om 10:30 de 13 weken echo. Vandaag ben ik precies 14 weken zwanger. Maar vandaag werd alles anders.

Terwijl ik die ochtend opnieuw met buikpijn op de bank lig, voel ik een wel heel bekende pijnschuit door mijn buik gaan. Ik grijp naar mijn buik en met mijn andere hand tussen mijn benen ren ik naar de wc. Water, veel water. Alsof er een ballonnetje is geknapt. De pijn wordt even minder en ik loop terug. Onze dochter kijkt me met grote ogen aan en dan besluit ik eerlijk te zijn.

‘Mama denkt dat de baby eruit wil. Ik durf niet meer te zeggen dat het goed komt, lieverd.’ Ze huilt en vermant zit. Ze geeft me een ontzettend dikke knuffel en pakt dan haar tas voor school. Tim brengt haar en ik bel de verloskundige. ‘Het kan urine zijn, maar als het vruchtwater is ben ik bang geen goed nieuws te hebben.’ We besluiten de 13 weken echo af te wachten en dan verder te kijken.

Om 8:50 is Tim weer thuis en ik heb inmiddels een houding gevonden op de bank waarbij de pijn minimaal is. Volgens mij is het vloeien van vocht ook gestopt. Heel even denk ik dat het misschien dan toch urine is. We kletsen wat samen op de bank en houden elkaar vast. Tim helpt me omhoog en dan voel ik ineens een toenemende druk van onder. Mijn lichaam is aan het duwen. Plotseling begint het water te vloeien en ren ik opnieuw naar de wc. Ik ga zitten en kijk tussen mijn benen de pot in. Ik zie het vruchtwater stromen, gevolgd door een dikke prop. Met heel mijn hart en lichaam probeer ik de perswee die volgt tegen te houden, maar het lukt niet. Alsof ik voel dat dit het moment is, stop ik mijn hand tussen mijn benen. De hand waarin het meest volmaakte minimensje om 9:15 geboren wordt.

En dan breekt mijn hart, mijn wereld in honderdduizend stukjes. Ik hoor mezelf huilen, gillen, krijsen. Maar verder blijft het stil.

Tim komt naar me toe gerend, valt huilend op zijn knieën voor me neer. Ik voel ons kindje in mijn hand bewegen, maar weet eigenlijk bijna wel zeker dat dit komt omdat het nog vast zit aan een navelstrengetje. Tim vermant zich en belt de verloskundige. Hij vertelt met een bibberende stem wat er gebeurd is. ‘Ons kindje is geboren.’ Ik begin opnieuw te huilen met het warme lichaampje nog steeds in mijn hand. Ik durf nog niet te kijken…

Het is belangrijk dat ik ga liggen op de bank of op bed. Tim haalt handdoeken en voorzichtig leg ik ons kindje erin. Het moment waarop ik ook besluit te willen kijken. Het is een baby’tje. Een volmaakt baby’tje met handjes en voetjes. Een prachtig gezichtje en zelfs al nageltjes op de vingertjes en teentjes. Het moest alleen nog groeien. Prachtig en absoluut niet eng.

De verloskundige is er snel. Ze neemt plaats naast me op de bank en ze wil heel graag ons kindje ontmoeten. Het maakt me trots! Zo ongelooflijk trots. Omdat we het geslacht nog niet wisten en het wel al duidelijk te zien is, mag ik tussen de beentjes kijken. Ik mag aan Tim vertellen dat we een zoontje hebben gekregen. Onze kleine Tom.

Linsey, mama van Tom*

Lees de verhalen van andere ouders via deze link.