“Ik kan het hartje niet vinden.” De woorden echoën in mijn hoofd, terwijl ik de auto sneeuwvrij maak. Het leek zo zorgeloos, onze eerste zwangerschap. Een zwangerschap die met veel moeite tot stand is gekomen. De hele zwangerschap is er niets aan de hand. Ja oke, mijn vrouw heeft zwangerschapsdiabetes, maar dat is onder controle. Tot dit moment. Het moment was eindelijk daar, we liepen al een klein beetje over tijd, echter zijn de weeën vandaag eindelijk begonnen. Om 6 uur in de avond nog een controle gehad, niets aan de hand maar er is nog geen ontsluiting dus nog afwachten. “Probeer te rusten, morgen zal het wel komen,” zijn de bemoedigende woorden van de verloskundige. De weeën beginnen in de avond steeds meer te komen, we doen nog een poging tot slapen, maar dat wil maar niet door de weeën. Rond half 2 in de nacht bel ik de verloskundige. “We proberen te slapen om nog rust te krijgen, dat lukt echter niet. Heb je nog tips?” De verloskundige zal wel even langs komen, ook vanwege de controle. Dan komt tijdens die controle opeens die zin. “Ik kan het hartje niet vinden.” We besluiten zelf naar het ziekenhuis te rijden. De verloskundige geeft al aan: houd er rekening mee dat het kindje kan zijn overleden.
Een rit van een half uur duurt voor het gevoel uren. De hele rit zijn we stil, de radio staat zacht. Tijdens het eerste stuk kan ik al drie keer in huilen uitbarsten, maar ik slik het weg. Ons gevoel zegt al genoeg. Aangekomen bij het ziekenhuis staan er een aantal specialisten op ons te wachten. Direct aan de echo om de hartslag te zoeken. Er wordt van alles geprobeerd en verschillende standen van het echoapparaat. Er is echter niets meer te zien, onze wereld stort in. We krijgen een moment samen en al onze emotie komt eruit. Na het moment moeten we weer verder, we zitten namelijk nog steeds in een bevalling. Na de ruggenprik tegen de pijn komen we enigszins in de rust. Nu moeten we wachten tot de ontsluiting ver genoeg is. De verloskundige sturen we naar huis, we moeten toch wachten en zo kan zij ook in de rust komen.
We rusten wat en hebben het erover hoe wij dit verdrietige nieuws aan iedereen moeten vertellen. Rond half 6 is het tijd voor het eerste belletje, tijd om mijn ouders wakker te maken met dit droevige nieuws. Terwijl ik huilend mijn verhaal doe, weet ik zeker dat er meer werelden instorten. Na mijn ouders te hebben geïnformeerd, sturen we appjes naar dichte familie en vrienden. “Willen jullie aangeven dat jullie wakker zijn, dan bellen we even.” Langzamerhand krijgt zo iedereen die we persoonlijk willen informeren het te horen. Sommigen nemen blij op en beginnen met felicitaties, anderen wachten af en horen aan mijn stem al dat het niet goed is. Iedereen wil langskomen, maar het is niet nodig. We zijn nog steeds op voldoende ontsluiting aan het wachten en het wil niet vlotten.
De ontsluiting blijft maar op 5 centimeter hangen. De vliezen zijn al handmatig gebroken en er gebeurt weinig. Op het moment dat de eerste weeënopwekkers zijn toegediend, komen beide verloskundigen langs om te zien hoe het is. We huilen samen, knuffelen samen en praten samen. Helaas moeten we nog steeds wachten op voldoende ontsluiting en na een half uurtje gaan ze ook weer weg. Om kwart voor 8 in de avond is het eindelijk zover. Er is voldoende ontsluiting en er is ook persdrang. Negen minuten later is ze er, onze mooie, prachtige dochter. Weer komt alle emotie vrij, nu is het echt definitief dat ze het niet heeft overleefd. We krijgen van het ziekenhuis weer een moment, nu met zijn drieën, om even samen te zijn en onze emotie te laten gaan. We sturen bericht naar mijn ouders zodat ze langs kunnen komen. Ik ga in de stoel van het ziekenhuis zitten met mijn dochter op de arm. Alles klopt aan haar, behalve het belangrijkste…
Na een nacht met iets meer rust worden we in het ziekenhuis wakker. We worden geïnformeerd over allerhande zaken en dingen die geregeld moeten worden en die spelen. Verder krijgen we een prachtige kist van het ziekenhuis waarin ons mooie meisje komt te liggen. Ons hoofd staat er nog helemaal niet naar, maar we moeten beginnen met het regelen van een afscheid. In de ochtend een bode geregeld en verder zien we in de middag wel. We rijden naar huis, de hele weg stil. Onze dochter laten we in het ziekenhuis, we vinden het te moeilijk om met een kistje het ziekenhuis uit te lopen. De rest van de week bestaat uit het regelen van haar afscheid (muziek uitzoeken, dingen bedenken terwijl je in de middag op bed ligt te rusten) en mensen de kans te geven haar te zien.
Na een prachtige afscheidsdienst komen we in die middag thuis en dan begint de verwerking pas.
Lieve Marije Anna, alles klopte aan je. Behalve het belangrijkste…
Fokke Jan, papa van Marije Anna

Lees de verhalen van andere ouders via deze link.