Eindelijk hebben we wat meer rust. De verhuizing en verbouwing zijn zo goed als klaar en we hebben er net een heerlijke vakantie naar Dubai op zitten. Ook op werk is het na een chaotische periode wat meer onder controle. Tijd om ons op de volgende stap te richten: gezinsuitbreiding. Over een paar weken komt namelijk onze kitten: Luts, vernoemd naar Lutsharel Geertruida.
In die tijd begint Sylvana zich anders te gedragen. Na de 3 e keer de koelkast schoonmaken, waarbij ik werkelijk geen idee heb wat ze nou precies rook, besluit Sylvana toch maar eens een zwangerschapstest te doen. “Zie jij een streepje?”, vraagt ze. Ik zie heel vaag wel een streepje, maar durf het eigenlijk niet te zien. “Dit is mijn laatste test. Zullen we voor de zekerheid toch maar een paar andere testen
halen?” De supermarkt in het dorp is niet meer open, dus we haasten ons naar de supermarkt verderop. Eenmaal thuis testen we weer. Dit keer is het iets duidelijker. Natuurlijk zijn we blij, maar we beseffen ons ook hoe spannend het is.
Eigenlijk begint de zwangerschap soepel. Op de gebruikelijke klachten na, gaan we er makkelijk omheen. De echo’s zien er goed uit en we maken plannen voor de kinderkamer.
En dan wordt het 12 augustus 2024. Sylvana is net 21 weken zwanger en we hebben de dag ervoor haar verjaardag gevierd. Als ik naar werk rijd, belt Sylvana me. Ik moet naar huis komen, want ze heeft bloedverlies. Ik schrik en weet niet wat ik moet zeggen. Als eerst gaan alle doemscenario’s door je hoofd. Ik haast me naar huis en gelukkig kunnen we gelijk terecht in het ziekenhuis.
In het ziekenhuis is het op dat moment erg druk. Opeens worden we omgeroepen met de vraag naar een andere afdeling te gaan. Als we daar zijn, komt de gynaecoloog ons gelijk ophalen. Het is de gynaecoloog die we vorige week ook hadden bij de controle. “Ik zag je op de lijst staan, maar omdat je vorige week ook al bij mij was, heb ik even wat aan de planning aangepast, zodat ik je gelijk kan zien”. Ze doet gelijk een echo en alles ziet er goed uit. Het jongetje is weer druk aan het bewegen en eigenlijk ziet ze geen afwijkingen. Toch gaat ze ook even inwendig kijken. “Oei,” zegt ze. Het lijkt erop dat Sylvana al een paar centimeter ontsluiting heeft, waardoor er veel bloed zit. Hierdoor verliest ze ook vruchtwater, maar er zit ook nog steeds bloed. We worden direct naar een kamer gestuurd, waar we meer info krijgen, maar we weten al dat het niet goed is. In de kamer vertelt een andere arts dat de kans groot is dat het fout gaat. De kleine kans die er is, willen ze echter met beide handen aanpakken. Daarvoor zijn een paar dingen nodig: Sylvana moet alle rust pakken die er is en in bed blijven en de ontsluiting mag niet groter worden. Als het bloeden dan ook stopt, kunnen ze wellicht een ring plaatsen, waardoor de baarmoedermond dicht blijft. Met 36 weken wordt deze vervolgens open geknipt.
De dag brengen we door in het ziekenhuis. Ik probeer toch wat te werken en Sylvana pakt alle rust. De volgende dag ziet alles er hetzelfde uit, maar het bloeden is nog niet gestopt. Als dit stopt, kunnen we naar het UMC Leiden, waar de ring geplaatst wordt. In de loop van de dag is het bloeden bijna gestopt. We stellen ons erop in dat ze ons morgen vertellen dat we naar Leiden kunnen gaan.
We besluiten dat ik thuis kan slapen en de volgende dag naar het ziekenhuis kom. Sylvana voelt zich steeds beter en het lijkt ook de goede kant op te gaan. Ik kan dan gelijk wat spullen voor haar meenemen. Uiteindelijk belt ze me laat op de avond toch op of ik naar het ziekenhuis kan komen.
Terwijl ik onderweg ben, weet ik niet wat er zich in het ziekenhuis afspeelt. Sylvana gaat naar de wc, waar plotseling haar vliezen breken. De verpleegkundige is er direct bij en helpt haar verder, maar duidelijk is dat er niks meer te doen is. Als ik aankom, vertelt ze me het nieuws. Vanaf dat moment is alles een waas voor me.
De verpleegkundige en arts bereiden ons voor. De weeën zullen elk moment kunnen beginnen en dan zal de bevalling beginnen. Dit zal uiteindelijk de volgende ochtend gebeuren. Ons werd verteld dat het kindje mogelijk niet meer zou leven bij de geboorte, dus daar stellen we ons op in. Ook wordt ons verteld dat de artsen verder niks mogen doen. Met 21 weken is een kind niet levensvatbaar en is het bij wet
verboden om als arts iets te doen.
Tijdens de bevalling horen we dat het jongetje nog leeft. We geven hem de naam Caelum. Nadat de navelstreng is doorgeknipt, leggen ze het jongetje op de borst bij Sylvana. Ik zit ernaast en leg mijn vinger in zijn hand. Caelum ligt er vredig bij en beweegt zijn hand en ademt af en toe. Het is het mooiste moment wat ik me kan voorstellen, maar tegelijkertijd zo hard dat dit vechtertje, die zo graag wilde blijven,
deze strijd nooit zal kunnen winnen. Ik probeer tegen hem te praten in de hoop dat hij toch nog iets van me meekrijg. Ik vertel hem hoe trots ik op hem ben en dat ik altijd bij hem zal blijven. Af en toe reageert Caelum door zijn vingers nog te bewegen. Vijf kwartier later merken we dat het jongetje er niet meer bij is. Caelum is in onze armen overleden. En daar sta je dan met je grote bek. Na misschien te
makkelijk denken over de zwangerschap, moet je je kind laten gaan. Het is een veel gezegd gevoel, maar daarna heb ik nergens anders meer om kunnen huilen.
De verpleegkundige komt erbij en helpt ons verder. Caelum wordt in eerste instantie opgebaard in het ziekenhuis, maar zal de volgende dag bij ons thuisgebracht worden. In de tussentijd doen ze wat onderzoeken om naar de oorzaken te zoeken. Ik heb inmiddels familie, vrienden en collega´s op de hoogte gebracht, maar leg vervolgens mijn telefoon weg. Ik heb iedereen hetzelfde bericht gestuurd, maar kan
het nog even niet aan de reacties te zien. In de tussentijd probeer ik veel te regelen. Stichting Stil neemt contact met ons op voor het maken van foto’s en met Dela heb ik contact over de uitvaart.
In de periode na de crematie proberen we alles langzaam weer op te pakken. Nadat we eerst naar Lanzarote zijn geweest, beginnen we langzaam weer met werken, hoewel dit met vallen en opstaan gaat. Ook proberen we alle andere dingen weer op te pakken. We merken steeds meer dat alles een plekje krijgt, hoewel de pijn altijd zal blijven. Het zorgt er ook voor dat het ‘normale’ leven weer verder gaat en ik
vind zelfs een nieuwe baan.
Ongeveer een maand nadat ik bij mijn baan ben begonnen, kom ik thuis. Het lijkt op een normale dag, maar toch krijg ik een vraag die me een aantal maanden geleden ook gesteld werd: ‘Zie jij ook een streepje?’.
